Citaat | Hoge Raad 22 januari 2019

Onder 3.4.2. Hoge Raad 22 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:87.

In civiele procedures blijft in geval van een kostenveroordeling ten gunste van een met toevoeging procederende partij de toevoeging buiten beschouwing en plegen de kosten van rechtsbijstand te worden begroot aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief. Het is vervolgens aan de advocaat van deze partij om deze proceskosten te innen (Kamerstukken II 2008/09, 31 758, nr. 6, p. 18-19). Op grond van art. 32, derde lid, Besluit vergoedingen rechtsbijstand brengt de Raad voor de Rechtsbijstand de proceskostenvergoeding in mindering op de aan de rechtsbijstandverlener toekomende toevoegingsvergoeding, behoudens het bepaalde in het vijfde lid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413, en de alinea staat in dat document op bytes 28610 tot 29274.