Citaat | Hoge Raad 11 juni 2019

Onder 2.3. Hoge Raad 11 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:907.

Verdachte heeft verklaard dat hij op weg was naar zijn broer die op dat moment in Syrië verbleef en bezig was met de gewapende strijd. Daarnaast heeft verdachte erkend dat hij een auto heeft gehuurd om daarmee naar Syrië te reizen en om deze daar te gebruiken en te verkopen. Ook heeft hij erkend dat hij de in de tenlastelegging genoemde kleren en een deel van het geld voorhanden heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0fb41db1ed72614400c9fe7b5bc73b2813b624a2b0d4fb52f5776658a9ecc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0fb41db1ed72614400c9fe7b5bc73b2813b624a2b0d4fb52f5776658a9ecc4, en de alinea staat in dat document op bytes 14139 tot 14548.