Citaat | Hoge Raad 11 juni 2019
Onder 2.7. Hoge Raad 11 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:907.
Aldus heeft het Hof als zijn - niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende en niet onbegrijpelijke - oordeel tot uitdrukking gebracht dat met voldoende bepaaldheid is gebleken dat de gedragingen van de verdachte waren gericht op de in art. 289a Sr omschreven misdrijven moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, en dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het oogmerk had op het voorbereiden en/of bevorderen daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0fb41db1ed72614400c9fe7b5bc73b2813b624a2b0d4fb52f5776658a9ecc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0fb41db1ed72614400c9fe7b5bc73b2813b624a2b0d4fb52f5776658a9ecc4, en de alinea staat in dat document op bytes 21283 tot 21737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd0fb41db1ed72614400c9fe7b5bc73b2813b624a2b0d4fb52f5776658a9ecc4 | shasum -a 256