Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019

Onder 3.4 Hoge Raad 14 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.

De internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan niet worden gegrond op art. 4 lid 1 Verordening Brussel I-bis (woonplaats verweerder), omdat BP haar statutaire zetel in Londen heeft en aldaar haar internationale hoofdkantoor is waar ook het bestuur bijeenkomt. (rov. 3.7) Tussen BP en degenen ten behoeve van wie VEB haar vorderingen instelt, bestaat geen contractuele verhouding. De vorderingen van VEB zien op verbintenissen uit onrechtmatige daad als bedoeld in art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis, op grond waarvan bevoegd is het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen. Deze bevoegdheidsgrondslag heeft zowel betrekking op de plaats waar de schade is ingetreden ( Erfolgsort ) als op de plaats van de gebeurtenis die de oorzaak is van de schade ( Handlungsort ). (rov. 3.9-3.10) Het Handlungsort is niet in Nederland gelegen, omdat niet kan worden aangenomen dat het handelen of nalaten van BP heeft plaatsgevonden in Nederland. (rov. 3.14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 12849 tot 13978.