Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019

Onder 3.4 Hoge Raad 14 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.

Uitgaande van het voorgaande, overweegt het hof dat het in dit geval gaat om zuiver financiële schade die door beleggers beweerdelijk in Nederland is geleden als gevolg van gebeurtenissen (handelen en/of nalaten van BP) die niet in Nederland hebben plaatsgevonden. Het intreden van schade op een in Nederland aangehouden beleggingsrekening is op zichzelf geen voldoende aanknopingspunt voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis, maar daarvoor zijn nog andere bijzondere omstandigheden noodzakelijk. Dat BP zich richt op een wereldwijd beleggingspubliek, waaronder Nederlandse beleggers, en dat VEB de belangen behartigt van een groot aantal beleggers die voor het overgrote deel in Nederland woonachtig zijn, zijn geen bijzondere omstandigheden. De door VEB gestelde omstandigheid dat BP in het kader van procedures in de Verenigde Staten van Amerika met andere aandeelhouders een schikking heeft bereikt die niet is aangeboden aan de beleggers van wie VEB de belangen behartigt en het feit dat in Europa nog geen andere soortgelijke procedures worden gevoerd tegen BP, zijn evenmin bijzondere omstandigheden waaruit een band met Nederland kan worden afgeleid. Ook de overige omstandigheden die VEB heeft aangevoerd, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, kunnen niet rechtvaardigen dat de Nederlandse rechter zich bevoegd acht. (rov. 3.18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 15371 tot 16811.