Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 4.7.3 Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.
De bijzondere bevoegdheidsregel van art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis moet autonoom en strikt worden uitgelegd. Zij berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, op grond waarvan het uit hoofde van een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze gerechten bevoegd zijn. Aangezien de bepaling van een van de aanknopingspunten die in de rechtspraak zijn erkend, het mogelijk moet maken de bevoegdheid te leggen bij het gerecht dat objectief gezien het best in staat is om te beoordelen of de verwerende partij aansprakelijk kan worden gesteld, kan enkel het gerecht van het rechtsgebied waar het relevante aanknopingspunt zich bevindt, rechtsgeldig worden aangezocht. (Zie onder meer het Kolassa-arrest, punt 43 en 46-47.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 25312 tot 26217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293 | shasum -a 256