Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 4.7.5 Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.
Uit het Kolassa-arrest, punt 51, blijkt dat in die zaak sprake was van een waardedaling van certificaten (obligaties aan toonder) die niet te wijten was aan de wisselvalligheden van de financiële markten, maar aan het beheer van de fondsen waarin het geld uit de uitgifte van die certificaten is geïnvesteerd, dat aan het einde een positieve waardeontwikkeling ervan heeft belet, en dat het handelen of nalaten dat aan de schadetoebrenger werd verweten in verband met de wettelijke informatieplichten, had plaatsgevonden vóór de belegging in de certificaten en volgens verzoeker bepalend was voor die belegging. Het HvJEU heeft aangaande het intreden van de schade geoordeeld dat in de hiervoor genoemde omstandigheden moet worden geconstateerd dat de schade zich voordoet op de plaats waar de belegger deze ondervindt en dat de gerechten van de woonplaats van de verzoeker – uit hoofde van het intreden van de schade – bevoegd zijn om van een dergelijke vordering kennis te nemen, onder meer wanneer die schade zich rechtstreeks voordoet op een bankrekening van die verzoeker bij een in het rechtsgebied van die gerechten gevestigde bank (Kolassa-arrest, punt 54-55).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 27748 tot 28950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293 | shasum -a 256