Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019

Onder 4.7.6 Hoge Raad 14 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.

Het HvJEU heeft in dat verband in het Kolassa-arrest, punt 56, nog overwogen dat de aldus bepaalde plaats waar de schade intreedt, in de hiervoor in 4.7.5 genoemde omstandigheden, strookt met het doel van (de voorloper van) de Verordening Brussel I-bis, de rechtsbescherming van in de Unie gevestigde personen te versterken – de verzoeker kan gemakkelijk bepalen welk gerecht hij kan aanzoeken en de verweerder kan redelijkerwijs voorzien voor welk gerecht hij kan worden opgeroepen – daar de emittent van een certificaat die zijn wettelijke verplichtingen met betrekking tot het prospectus niet nakomt erop moet rekenen, wanneer hij besluit het prospectus voor dat certificaat in andere lidstaten te laten notificeren, dat in die lidstaten wonende, onvoldoende geïnformeerde marktdeelnemers in dat certificaat investeren en schade lijden. Zie in die zin ook het Löber-arrest, punt 35.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 29041 tot 29945.