Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019

Onder 4.9.5 Hoge Raad 14 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925.

In de zaak die ten grondslag ligt aan HvJEU 21 mei 2015, zaak C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo Nobel) hadden gedupeerden van een waterstofperoxidekartel hun vorderingen gecedeerd aan een claim vehicle . Het HvJEU heeft geoordeeld dat de overdracht van schuldvorderingen door de oorspronkelijke schuldeiser geen invloed kan hebben op de bepaling van het bevoegde gerecht volgens (de voorloper van) art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis en dat het schadebrengende feit derhalve voor iedere schadevordering afzonderlijk moet worden bepaald, ongeacht een eventuele overdracht of bundeling ervan (punten 35-36 en 56). Het is de vraag of dergelijke strenge regels ook gelden voor de lokalisatie van het Erfolgsort in een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW, nu in een dergelijke procedure een cessie of bundeling van vorderingen niet aan de orde is, maar slechts sprake is van een collectief belang en die regels aan de effectiviteit van het instrument van art. 3:305a BW afbreuk zouden doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 446b2d6a6e5fe5014896283350695a971b3bcafcdae8119ea235e5facc3fc293, en de alinea staat in dat document op bytes 42591 tot 43681.