Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019

Onder 2.2.2. Hoge Raad 29 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.

Op 19 september 2016 omstreeks 11.40 uur reed ik samen met opsporingsambtenaar [verbalisant 2] over de Westerparklaan, toen ik zag dat wij ingehaald werden door een grijze Renault Captur, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik zag dat het voertuig stopte aan de Prachtvlinders (naar het hof begrijpt: in Breda) en dat de bestuurder uitstapte. Ik vroeg de bestuurder om de autopapieren en ik hoorde dat hij zei dat hij die niet had. Ik hoorde dat hij zei dat het niet zijn auto was. Ik zag dat het VIN nummer [001] betrof. Ik zag op mijn diensttelefoon dat dit VIN nummer toebehoort aan het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat dit voertuig als gestolen gesignaleerd stond. Hierop hebben wij de bestuurder aangehouden ter zake heling van dit voertuig. De bestuurder bleek te zijn [verdachte] , [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae, en de alinea staat in dat document op bytes 10490 tot 11341.