Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.2.3. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.
Ten overstaan van de politie verklaarde de verdachte de auto geleend te hebben van ene [betrokkene 2] , die hij regelmatig in het café De Hoek zag maar waarvan hij niet wist hoe zijn naam moest worden geschreven en van wie hij evenmin de achternaam kende en, anders dan dat hij destijds in de […] zou wonen, geen adresgegevens wist. De verdachte verklaarde dat hij de auto mocht lenen omdat deze [betrokkene 2] niet in staat was om 300 euro, geleend van de verdachte, terug te betalen en deze [betrokkene 2] zes weken op vakantie ging naar Marokko. [betrokkene 2] was op dat moment al zeven weken weg en had eigenlijk deze week al terug moeten komen. Voorts verklaarde verdachte niet meer over een telefoonnummer van deze [betrokkene 2] te beschikken, omdat hij zijn telefoon kwijt was (pg. 24-25).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae, en de alinea staat in dat document op bytes 12390 tot 13204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae | shasum -a 256