Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.2.3. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.
Het hof constateert dat deze verklaring hoogst onaannemelijk is, aangezien de auto op het moment van aantreffen bij de verdachte pas 5 weken gestolen was. Bovendien weet de verdachte geen achternaam, adres en/of telefoonnummer van deze [betrokkene 2] en is hij niet in het bezit van de autopapieren. Het hof acht de verklaring van de verdachte derhalve volstrekt ongeloofwaardig. Bij gebreke van een geloofwaardige hem ontlastende verklaring voor het voorhanden hebben van deze auto, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van deze auto wist dat de auto van misdrijf afkomstig was. Het hof concludeert dan ook tot bewezenverklaring van de - impliciet primair - ten laste gelegde opzetheling."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae, en de alinea staat in dat document op bytes 13543 tot 14316.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae | shasum -a 256