Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.5.2. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.
Voor een bewezenverklaring van opzetheling dient te worden vastgesteld dat de verdachte "ten tijde van" onder meer het verwerven of het voorhanden krijgen van een goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De memorie van toelichting bij de wet van 9 oktober 1991, houdende aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering met voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van heling, Stb. 1991, 520, waarbij art. 416, eerste lid, Sr in de huidige vorm is ingevoerd, houdt onder meer in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae, en de alinea staat in dat document op bytes 19700 tot 20241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae | shasum -a 256