Citaat | Hoge Raad 29 januari 2019
Onder 2.5.3. Hoge Raad 29 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.
Uit deze wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met het opnemen van het bestanddeel "ten tijde van" onder meer het verwerven of voorhanden krijgen van het goed in art. 416, eerste lid onder a, Sr heeft willen bewerkstelligen dat in het geval dat iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, hij niet strafbaar is ter zake van opzetheling, zoals die in art. 416, eerste lid onder a, Sr als misdrijf is strafbaar gesteld. Wel kan dan onder omstandigheden sprake zijn van het strafbare feit van art. 416, eerste lid onder b, Sr of - tegenwoordig - van witwassen (art. 420bis e.v. Sr).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae, en de alinea staat in dat document op bytes 22959 tot 23618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d040c8086315e88d9769a0af3a8956aa1953eb0444a52ca54535a41578665bae | shasum -a 256