Citaat | Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 4.4.3 Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1012.

Art. 6:4 lid 2 Wvggz geeft de rechter die een verzoek tot verlening van een zorgmachtiging beoordeelt en die van oordeel is dat aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan, maar met de in het zorgplan of de medische verklaring opgenomen zorg het ernstig nadeel niet kan worden weggenomen, de bevoegdheid om in de zorgmachtiging in afwijking van het zorgplan andere verplichte zorg of doelen van verplichte zorg op te nemen, alsmede in de zorgmachtiging te bepalen dat een ander zorgplan moet worden opgesteld. Voor een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel ontbreekt een soortgelijke bepaling. Het is de vraag of het ontbreken van een dergelijke bepaling op een bewuste keuze van de wetgever berust. Bovendien roept het bepaalde in art. 6:4 lid 2 Wvggz de vraag op of dit de rechter ook de mogelijkheid geeft om, wat betreft de vormen van verplichte zorg waarvoor de machtiging wordt verleend, van het verzoek van de officier van justitie af te wijken (zie voor een en ander de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.38-3.39). Inmiddels is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanhangig gemaakt waarin door aanvulling van art. 7:8 lid 2 Wvggz in een regeling op voornoemde punten wordt voorzien. Het antwoord op genoemde vragen kan in deze zaak echter in het midden blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de9c4bd4241c5356cfb30c542e83eb91f92f448508218b31b1c7cb9d861e895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de9c4bd4241c5356cfb30c542e83eb91f92f448508218b31b1c7cb9d861e895, en de alinea staat in dat document op bytes 27334 tot 28727.