Citaat | Hoge Raad 16 juni 2020

Onder 3.2.2 Hoge Raad 16 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1035.

Ik vroeg “ [betrokkene 7] ” hoe zij wist dat dit snapchat bericht op de tijdlijn van [verdachte] stond. Ik hoorde haar zeggen dat de accountnaam van Snapchat van [verdachte] was: “ [verdachte] ” en dat zij [verdachte] kent van haar school. (...) “ [betrokkene 7] ” heeft vaker berichten van [verdachte] op zijn Snapchat gezien en weet hierdoor dat het daadwerkelijk het account van [verdachte] is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64c3ad2f702860ab44d7030b7d035a3d3af0604613ad977d94b0d275506f8cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64c3ad2f702860ab44d7030b7d035a3d3af0604613ad977d94b0d275506f8cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 14007 tot 14430.