Citaat | Hoge Raad 19 juni 2020

Onder 2.3.1 Hoge Raad 19 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069.

Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de belasting- of premieplichtige aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe de inspecteur in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen. Dit sluit aan bij hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48f039c81350766214b77191d1278f38766a3b74588671ad09fd5959110dfd8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48f039c81350766214b77191d1278f38766a3b74588671ad09fd5959110dfd8d, en de alinea staat in dat document op bytes 9594 tot 10190.