Citaat | Hoge Raad 19 juni 2020

Onder 2.3.2 Hoge Raad 19 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069.

Klaarblijkelijk heeft het Hof aan de hiervoor bij 2.1.2 weergegeven mededeling de betekenis toegekend dat het UWV daarmee antwoord heeft gegeven op de door belanghebbende gestelde vraag of het UWV gebruik zou maken van de aan haar in artikel 84, lid 2, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (tekst 2013) gegeven bevoegdheid een door het UWV betaalde uitkering op een eigenrisicodrager te verhalen. Het oordeel van het Hof dat deze mededeling niet kan worden opgevat als een toezegging waaraan belanghebbende het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat bij de premieheffing de uitkering niet zou doorwerken in de hoogte van het gedifferentieerde premiepercentage Whk geeft geen blijk van miskenning van hetgeen hiervoor in 2.3.1 is overwogen. Dat wordt, anders dan de klachten kennelijk voorstaan, niet anders indien het UWV bij het doen van de mededeling ten onrechte ervan is uitgegaan dat belanghebbende eigenrisicodrager was voor de ex-werknemer. Zoals in het hiervoor in 2.1.2 aangehaalde citaat tot uitdrukking komt, was het belanghebbende die heeft gemeld dat zij eigenrisicodrager was. Die vermelding was met betrekking tot de ex-werknemer onjuist, zodat het Hof reeds om die reden de mededeling van het UWV niet als een de Inspecteur bindende toezegging hoefde aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48f039c81350766214b77191d1278f38766a3b74588671ad09fd5959110dfd8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48f039c81350766214b77191d1278f38766a3b74588671ad09fd5959110dfd8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10263 tot 11578.