Citaat | Hoge Raad 23 juni 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 23 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1072.

21. Wat betreft de treffende gelijkenissen tussen de twee jongens en concrete aanwijzingen voor een genetische oorzaak, beroept de verdediging zich ook op de verklaring die de moeder, [getuige] , bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd, in combinatie met de stukken uit het dossier waaruit blijkt dat zij kort na de bevalling van [slachtoffer] haar zorgen uitsprak tegenover het verplegend personeel. Zij zag [slachtoffer] rare bewegingen maken met zijn oogjes, zij dacht ‘dat voelt niet goed’ en hij had met zijn hele lijf schokjes. “Ik vond dat gek want dat had ik bij mijn gezonde dochters nooit gezien”, aldus de getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris. “Hoe hij deed was typisch zijn broer. Daardoor maakte ik mij zorgen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a571d4cb0a9e81b281f7fe5696ad02d44ec8c56ad512d08185e7fa64b2f54d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a571d4cb0a9e81b281f7fe5696ad02d44ec8c56ad512d08185e7fa64b2f54d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 55315 tot 56078.