Citaat | Hoge Raad 30 juni 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 30 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1149.

Op 17 september 2015 bevond ik mij thuis in Haarlem. Ik had geld nodig en heb op google gezocht naar hoe ik geld kon verdienen. Ik kwam op een advertentie geplaatst door een “[betrokkene 6] uit [plaats]”. De tekst van de advertentie was als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3, en de alinea staat in dat document op bytes 11875 tot 12139.