Citaat | Hoge Raad 30 juni 2020
Onder 2.4.1 Hoge Raad 30 juni 2020
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1149.
“Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3, en de alinea staat in dat document op bytes 17858 tot 18435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3 | shasum -a 256