Citaat | Hoge Raad 30 juni 2020

Onder 2.4.2 Hoge Raad 30 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1149.

Voor bewezenverklaring van oplichting is blijkens artikel 326 lid 1 Sr vereist dat iemand door een oplichtingsmiddel wordt ‘bewogen’ tot de in die bepaling bedoelde handelingen. Van het in het bestanddeel ‘beweegt’ tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in artikel 326 lid 1 Sr.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3, en de alinea staat in dat document op bytes 18553 tot 19242.