Citaat | Hoge Raad 30 juni 2020

Onder 2.5 Hoge Raad 30 juni 2020

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1149.

Het hof heeft onder meer het volgende vastgesteld. De aangeefster heeft gereageerd op een advertentie van de verdachte die inhield dat zij ‘vandaag nog’ duizend euro kon verdienen. Zij is vervolgens samen met hem achtereenvolgens naar vier winkels gegaan, waar zij in totaal vijf telefoonabonnementen heeft afgesloten en vijf bijbehorende ‘gratis’ telefoons heeft ontvangen. De verdachte had de aangeefster vooraf uitgelegd hoe het in zijn werk zou gaan met de telefoons en haar voorgehouden dat zijn zwager vanwege diens functie “op een hoofdkantoor dat samenwerkt met alle providers” abonnementen uit het systeem kon halen, zodat er niks op haar naam zou blijven staan. Bij een vijfde winkel heeft de aangeefster een Macbook op afbetaling gekocht, waarvoor zij van de verdachte nog 700 euro extra zou krijgen. De verdachte zei vervolgens tegen de aangeefster dat hij dat geldbedrag nog moest halen, maar is niet meer teruggekomen en de aangeefster heeft geen geld gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27883df21c4ae193222488b4044b8b49056422e81c3533438412ceeb0e2108f3, en de alinea staat in dat document op bytes 21074 tot 22074.