Citaat | Hoge Raad 24 januari 2020

Onder 2 Hoge Raad 24 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:115.

4. Indien vraag 1 aldus wordt beantwoord dat ook een fonds voor individuele belegging als een fonds voor gemene rekening in de zin van artikel 2, lid 2, van de Wet Vpb, zou kunnen worden gekwalificeerd: hoe moet worden beoordeeld of de bewijzen van deelgerechtigdheid vrij verhandelbaar zijn in de in artikel 2, lid 2, van de Wet Vpb bedoelde zin? Is daartoe beslissend hetgeen dienaangaande in de statuten is bepaald? Indien het in de statuten dienaangaande bepaalde niet beslissend is, aan de hand van welke (overige) factoren moet deze beoordeling (mede) plaatsvinden?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/084a84aba1174fd9a462f9145ed4ca74d4404a9683f915f5f6cd4cf63de03f5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 084a84aba1174fd9a462f9145ed4ca74d4404a9683f915f5f6cd4cf63de03f5e, en de alinea staat in dat document op bytes 9143 tot 9727.