Citaat | Hoge Raad 24 januari 2020
Onder 3.1.3 Hoge Raad 24 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:115.
Artikel 10, lid 1, van de Wet bepaalt dat aan een in Nederland gevestigde, niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen rechtspersoon, op zijn verzoek teruggaaf wordt verleend van in een kalenderjaar te zijnen laste ingehouden dividendbelasting. Evenzo bepaalt artikel 10, lid 2, van de Wet, kort gezegd, dat aan een beleggingsinstelling op haar verzoek teruggaaf wordt verleend van in een jaar te haren laste ingehouden dividendbelasting. Onder beleggingsinstellingen worden in dit verband verstaan beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet Vpb 1969). Tot zodanige beleggingsinstellingen kunnen fondsen voor gemene rekening behoren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/084a84aba1174fd9a462f9145ed4ca74d4404a9683f915f5f6cd4cf63de03f5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 084a84aba1174fd9a462f9145ed4ca74d4404a9683f915f5f6cd4cf63de03f5e, en de alinea staat in dat document op bytes 13801 tot 14518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/084a84aba1174fd9a462f9145ed4ca74d4404a9683f915f5f6cd4cf63de03f5e | shasum -a 256