Citaat | Hoge Raad 28 januari 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 28 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:122.

Verdachte heeft dit beaamd, maar daaraan toegevoegd dat hij pas wist van die prostitutiewerkzaamheden op het moment dat aangeefster al in zijn huis verbleef en dat hij bovendien [betrokkene 1] en aangeefster hierop heeft aangesproken en dat ze ongeveer een week later zijn vertrokken. Verdachte begreep (toen aangeefster in zijn huis verbleef) dat [betrokkene 1] de vriend was van aangeefster en verdachte zag dat [betrokkene 1] de baas over haar speelde. Uit de verklaring van aangeefster blijkt niet dat verdachte aangeefster of [betrokkene 1] heeft aangesproken, maar wel dat er tussen aangeefster en verdachte afspraken waren over het openen van de deur in verband met het klantenbezoek. Hoe dan ook heeft verdachte aangeefster, ondanks dat hij wist van haar activiteiten, in zijn woning laten wonen en het klantenbezoek in zijn woning niet verboden met als gevolg dat de klanten bleven komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04d5bcfd3e4506b44bc9c1add6dc1688ab9ae2023673ad1ccf572b38157c6605. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04d5bcfd3e4506b44bc9c1add6dc1688ab9ae2023673ad1ccf572b38157c6605, en de alinea staat in dat document op bytes 17765 tot 18675.