Citaat | Hoge Raad 28 januari 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 28 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:122.

Het hof gaat er vanuit dat zodra een minderjarige gebracht is in een situatie waarin zij (of hij) tegen betaling seks heeft met anderen, sprake is van seksuele uitbuiting van die minderjarige. Verdachte was op de hoogte van de seksuele dienstverlening door een minderjarige in zijn woning en dus was hij op de hoogte van de uitbuiting van aangeefster in zijn woning. Ondanks die wetenschap is verdachte aangeefster blijven huisvesten waardoor aangeefster, zoals verdachte wist, klanten kon en ook bleef ontvangen in die woning en waardoor de situatie van uitbuiting werd gecontinueerd. Naar het oordeel van het hof kan daarom tot een bewezenverklaring worden gekomen van de tenlastelegging voor zover deze ziet op artikel 273f lid 1 sub 2 Sr, namelijk het huisvesten met het oogmerk van seksuele uitbuiting, waarbij het om een minderjarige gaat.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04d5bcfd3e4506b44bc9c1add6dc1688ab9ae2023673ad1ccf572b38157c6605. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04d5bcfd3e4506b44bc9c1add6dc1688ab9ae2023673ad1ccf572b38157c6605, en de alinea staat in dat document op bytes 18748 tot 19609.