Citaat | Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 5.1 Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1223.
Uit het arrest van het HvJEU volgt dat de vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dit geding kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van Verordening Brussel I. De Hoge Raad kan zelf deze vraag beantwoorden. Nu geen van de andere bevoegdheidsgronden van Verordening Brussel I in deze procedure voor toepassing in aanmerking komt (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.11), speelt nog slechts de vraag of art. 5, aanhef en onder 3, Verordening Brussel I ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad als bevoegdheidsgrond in aanmerking komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d327f2e7e5cce2123f5417bf7ea2c98d46405b4a936a8cc85cb2692a200d654. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d327f2e7e5cce2123f5417bf7ea2c98d46405b4a936a8cc85cb2692a200d654, en de alinea staat in dat document op bytes 15872 tot 16481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d327f2e7e5cce2123f5417bf7ea2c98d46405b4a936a8cc85cb2692a200d654 | shasum -a 256