Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020

Onder 3.4. Bewijsoverweging Hoge Raad 18 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:123.

In de telefoon van verdachte zijn diverse Whatsapp-gesprekken met “ [betrokkene 1] ” gevonden, waarover verdachte heeft verklaard dat het om [betrokkene 1] , ook wel [betrokkene 1] genoemd, gaat. Deze gesprekken vinden plaats twee weken vóór de aankomst van medeverdachte [betrokkene 2] in Amsterdam en betreffen haar reisroute en de voor haar te boeken vlucht tot in detail en in gezamenlijk overleg. De verklaring van verdachte dat [betrokkene 1] hem als gunst heeft gevraagd een ticket te kopen omdat dat in Ghana moeilijk is, schuift de rechtbank terzijde gezien het van [betrokkene 1] afkomstige bericht dat hij dezelfde vlucht ook in Accra kan boeken. Ook de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat [betrokkene 2] cocaïne met zich vervoerde, schuift de rechtbank terzijde en wel op grond van het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276, en de alinea staat in dat document op bytes 15517 tot 16356.