Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020

Onder 2.2.4 Hoge Raad 18 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:123.

Bewijsuitsluiting is de enige passende sanctie voor het vormverzuim. Het gaat hier niet alleen om de zaak tegen mijn cliënt, maar om een structureel probleem. Voorafgaand aan het arrest van de Hoge Raad heb ik nooit meegemaakt dat een opsporingsambtenaar toestemming vroeg voor het onderzoeken van een smartphone bij de officier van justitie of rechter-commissaris: dat onderzoek gebeurde gewoon. Daarom kan niet worden volstaan met alleen een constatering van het verzuim. Net als de advocaat-generaal merk ook ik in de praktijk een verandering van de werkwijze van opsporingsambtenaren, maar dat neemt niet weg dat het in het verleden niet goed ging. Strafvermindering is geen passend rechtsgevolg, omdat het verzuim daarvoor te ernstig is en omdat mijn cliënt zijn straf al heeft uitgezeten. Bewijsuitsluiting is dus de enige passende sanctie. Dit geldt niet alleen voor de informatie die door middel van software is verkregen, maar ook voor de handmatig verkregen gegevens. Het gaat daarbij namelijk niet om één of twee gesprekken, maar om meerdere gesprekken die wel vier maanden teruggaan. Dat is zo’n lange periode dat ook die gesprekken moeten worden uitgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276, en de alinea staat in dat document op bytes 30381 tot 31571.