Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020
Onder 2.4.5. Hoge Raad 18 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:123.
Voorts kan in gevallen waarin het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar sprake is van een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden, toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276, en de alinea staat in dat document op bytes 45230 tot 45794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276 | shasum -a 256