Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020

Onder 2.5 Hoge Raad 18 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:123.

Het op dit beoordelingskader gebaseerde oordeel van het Hof dat aan het door het Hof tot uitgangspunt genomen vormverzuim geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, is niet onbegrijpelijk. De enkele omstandigheid dat een “meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte is gemaakt” betekent immers nog niet dat “bewijsuitsluiting noodzakelijk [is] als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen”. Dat oordeel is voorts - in het licht van hetgeen onder 2.3 is weergegeven - toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21cd039f1c083d126bd522e57f4403c20248aef9c88e62285516dc1002afe276, en de alinea staat in dat document op bytes 45877 tot 46496.