Citaat | Hoge Raad 10 juli 2020
Onder 3.3 Hoge Raad 10 juli 2020
Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1243.
In cassatie is niet bestreden dat de door eiser ingestelde rechtsvordering rechten of verplichtingen tot onderwerp heeft die – op het moment dat eiser die rechtsvordering instelde – tot de failliete boedel behoorden (zie rov. 2.6 en 2.7 van het bestreden arrest). Op het moment dat verweerder een beroep deed op de niet-ontvankelijkheid van eiser op grond van art. 23 Fw en art. 25 lid 1 Fw, was het faillissement van eiser echter al geëindigd. Eiser had op dat moment weer de beschikking en het beheer over zijn vermogen en daarmee ook over de door hem ingestelde rechtsvordering. Verweerder kwam daarom vanaf het tijdstip waarop het faillissement van eiser was geëindigd, geen beroep meer toe op niet-ontvankelijkheid van eiser (zie hiervoor in 3.2.2). Het hof heeft dit beroep dan ook ten onrechte gehonoreerd. De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e97e4a8d1bdb454174f11e5ea891a57dcb9649b87091b274d08ef37bcd80f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4e97e4a8d1bdb454174f11e5ea891a57dcb9649b87091b274d08ef37bcd80f, en de alinea staat in dat document op bytes 12094 tot 12973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e97e4a8d1bdb454174f11e5ea891a57dcb9649b87091b274d08ef37bcd80f | shasum -a 256