Citaat | Hoge Raad 17 juli 2020

Onder 3.2.1 Hoge Raad 17 juli 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1313.

De rechter mag echter niet op grond van zijn waardering van de reeds afgelegde verklaringen of de inhoud van de schriftelijke verklaringen, aan een bewijsaanbod voorbijgaan, omdat hij daarmee ten onrechte zou vooruitlopen op het resultaat van de bewijsvoering die nog moet plaatsvinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb8d6d8183726345540da6635925264f26c58404e63e3e9a8e34e2eba8d4a976. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb8d6d8183726345540da6635925264f26c58404e63e3e9a8e34e2eba8d4a976, en de alinea staat in dat document op bytes 14359 tot 14659.