Citaat | Hoge Raad 8 september 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1379.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep onder meer verklaard dat hij en [betrokkene 3] op 16 mei 2013 na middernacht samen in de auto zaten op weg naar een feest op de voetbalvereniging van vrienden van [betrokkene 3]. Ze hebben de auto vlakbij geparkeerd en zijn vervolgens uit de auto gestapt om te kijken waar het feest was. Op het moment dat ze bij de voetbalvereniging aankwamen was echter alles donker en was er geen feest aan de gang. Ze zijn teruggegaan naar de auto en hebben bij de auto nog een sigaretje gerookt en in de bosschages geürineerd. Daarna zagen ze ineens politie. [betrokkene 3] rende weg omdat hij niet beboet wilde worden ter zake van wildplassen. Hijzelf heeft echter niet gerend en is blijven staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9, en de alinea staat in dat document op bytes 13561 tot 14335.