Citaat | Hoge Raad 8 september 2020

Onder 3.3 Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1379.

Ik doe hierbij namens mijn ouders aangifte ter zake inbraak in/uit woning [a-straat 1] te [plaats]. Op 15 mei 2013 is mijn broer nog in de woning geweest. Alles was toen nog netjes. Op 16 mei 2013 omstreeks 04.41 uur werd ik gebeld door de politie dat er bij de woning van mijn ouders was ingebroken. Ik ben even later ter plaatse gekomen en zag dat de voordeur was opengebroken. Ik denk niet dat er goederen zijn weggenomen of dat men binnen is geweest. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16237 tot 16786.