Citaat | Hoge Raad 8 september 2020
Onder 4.3 Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1379.
In de aanvraag wordt verder aangevoerd dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot vrijspraak indien het hof bekend zou zijn geweest met de bij de aanvraag overgelegde: - (i) schriftelijke stukkenwaarin drie personen ([betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7]) aangeven dat de medeverdachte [betrokkene 3] in [plaats] was vanwege een voetbalfeestje, en - (ii) drie processen-verbaal, waarin door de opstellers daarvan een nadere toelichting wordt gegeven op enkele resultaten van het naar de woninginbraak verrichte onderzoek en nader wordt ingegaan op de (mogelijke) betekenis daarvan, en waarin de negatieve uitslag wordt vermeld van een vergelijkend werktuigsporenonderzoek van drie breekijzers en een schroevendraaier uit de Opel. Bij de beoordeling van deze gronden moet worden vooropgesteld dat voor de beantwoording van de vraag of zij het hiervoor onder 4.1 aangeduide ernstige vermoeden wekken, de gehele bewijsvoering van het hof van belang is. Het gaat er dus om of de aangevoerde gronden, gelet op de door het hof gebruikte bewijsmiddelen en de door het hof gegeven nadere bewijsoverwegingen, een dergelijk vermoeden wekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9, en de alinea staat in dat document op bytes 21245 tot 22447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9 | shasum -a 256