Citaat | Hoge Raad 8 september 2020
Onder 4.4 Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1379.
Het bewijsmateriaal waarover het hof bij het doen van zijn uitspraak beschikte, omvat, naast de aangifte van [betrokkene 4], diverse processen-verbaal die onder meer inhouden dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] vlak na een inbraakmelding op 16 mei 2013 om 03.37 uur de aanvrager en [betrokkene 3], die het op een rennen hadden gezet nadat zij de politie-auto zagen, hebben aangehouden in de omgeving van de [a-straat] te [plaats]; dat de surveillancehond aan de hand van een geurspoor in de omgeving een zwart lederen handschoen heeft gevonden; dat die handschoen een zeer grote gelijkenis vertoonde met de handschoen in de nabij geparkeerde Opel; en dat in het navigatiesysteem van de Opel – die op naam van de zus van [betrokkene 3] stond en waarvan [betrokkene 3] de sleutel had – het adres [a-straat] [plaats] was ingevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9, en de alinea staat in dat document op bytes 22510 tot 23376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9 | shasum -a 256