Citaat | Hoge Raad 8 september 2020

Onder 4.6 Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1379.

Ook de inhoud van de onder 4.3 (ii) genoemde processen-verbaal levert niet het ernstige vermoeden op dat het hof de aanvrager zou hebben vrijgesproken als het daarmee bekend was geweest. Voor zover hetgeen in deze processen-verbaal naar voren wordt gebracht al betrekking heeft op bevindingen die door het hof van belang zijn geacht voor de bewijsvoering, doet de inhoud van die processen-verbaal niet het ernstig vermoeden rijzen dat de door het hof gevolgde bewijsredenering onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 052ebd71f0e708f46c7efae6942a921cceeb04ef7ce5be8ca33a94533abe75c9, en de alinea staat in dat document op bytes 24035 tot 24537.