Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.1.1 Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:140.
Tegen belanghebbende is vervolging ingesteld wegens verdenking van handel in verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie. In die strafzaak is bewezen verklaard dat belanghebbende in de periode van 1 april 1994 tot en met 9 december 1996 te Amsterdam opzettelijk handelshoeveelheden hashish heeft verkocht. Belanghebbende is in die strafzaak vrijgesproken van hetgeen hem overigens ten laste is gelegd. Later is het door belanghebbende wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op fl. 1.038.000 (€ 471.023,86). Belanghebbende heeft dit bedrag in 2007 betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3e446ebea3e4edfddbcfb7b62f41f33b96523e88ca4274fbf5a938967e1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3e446ebea3e4edfddbcfb7b62f41f33b96523e88ca4274fbf5a938967e1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 7739 tot 8335.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3e446ebea3e4edfddbcfb7b62f41f33b96523e88ca4274fbf5a938967e1f3 | shasum -a 256