Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:140.

Het middel faalt voor zover het klachten richt tegen het oordeel van het Hof dat, gelet op het verband tussen de strafzaak en de procedure over de aanslagen, het in artikel 6, lid 2, EVRM neergelegde vermoeden van onschuld ten aanzien van de feiten waarvan belanghebbende is vrijgesproken, zich ook uitstrekt tot de procedure over de aanslagen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3e446ebea3e4edfddbcfb7b62f41f33b96523e88ca4274fbf5a938967e1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3e446ebea3e4edfddbcfb7b62f41f33b96523e88ca4274fbf5a938967e1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 11440 tot 12102.