Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.8 Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:144.

Gezien het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het in rekening mogen brengen van een (periodieke) aansluitbijdrage ontkennend beantwoord dient te worden. Dit heeft tot gevolg dat (de rechtsvoorgangster van) Deem de post “periodieke aansluitkosten per maand” niet bij [verweerder] in rekening mocht en mag brengen bij gebreke van een contractuele grondslag, dat [verweerder] de bedragen ter zake van de post “periodieke aansluitkosten per maand” niet verschuldigd was en is en dat hij deze bedragen onverschuldigd betaald heeft vanaf de ingangsdatum van de overeenkomst. De inwerkingtreding van de Warmtewet per 1 januari 2014 maakt dit niet anders. De gevorderde verklaring voor recht is daarom toewijsbaar, evenals de vordering tot terugbetaling van de door [verweerder] onverschuldigd betaalde aansluitbijdrage aangezien Deem tegen de hoogte van het daarmee gemoeide bedrag, en de gevorderde wettelijke rente daarover, geen zelfstandig verweer heeft gevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738, en de alinea staat in dat document op bytes 18381 tot 19433.