Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.1 Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:144.
De onderdelen II, III en IV van het middel richten rechts- en motiveringsklachten tegen het in rov. 3.4-3.8 vervatte oordeel van het hof over de uitleg van de overeenkomst. Die klachten kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738, en de alinea staat in dat document op bytes 20096 tot 20592.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738 | shasum -a 256