Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.3.4 Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:144.

Ook voor de vordering van Deem tot vergoeding door [verweerder] van (een deel van) de aansluitbijdrage op grond van art. 6:162 BW geldt dat geen andere conclusie mogelijk is dan dat zij niet toewijsbaar is. Deem heeft aan haar vordering op grond van onrechtmatige daad niets meer of anders ten grondslag gelegd dan dat [verweerder] onzorgvuldig heeft gehandeld door gebruik en genot te hebben en te houden van een installatie en leidingnetwerk zonder daarvoor te willen betalen. Omdat de onduidelijkheid van de overeenkomst voor rekening komt van Deem en zij om die reden niet op grond van de overeenkomst de aansluitbijdrage bij [verweerder] in rekening mag brengen (zie hiervoor in 3.3.2), kan het enkele niet willen betalen van deze aansluitbijdrage niet onrechtmatig zijn jegens Deem.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a84cbcd5f55dc274d05ba88476039dd4f009de3b036dd3cf9bd6923e799738, en de alinea staat in dat document op bytes 24122 tot 24923.