Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.4.4 Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:154.
Vanaf de dag dat de Inspecteur het eerste bezwaarschrift heeft ontvangen (2 augustus 2011) tot de dag waarop de Rechtbank uitspraak heeft gedaan (12 juli 2016), zijn in totaal (afgerond) 60 maanden verstreken. Van dit tijdsverloop moet aan de bezwaarfase worden toegerekend de periode van 2 augustus 2011 tot het moment waarop de Inspecteur de laatste uitspraak op bezwaar heeft gedaan (20 maart 2015), oftewel (afgerond) 46 maanden. Het resterende tijdsverloop van 14 maanden moet worden toegerekend aan de beroepsfase. Het Hof heeft, in cassatie niet bestreden, geoordeeld dat de voor de fase van bezwaar en beroep in beginsel als redelijke termijn in aanmerking te nemen periode van 24 maanden moet worden verlengd met 15 maanden vanwege het wachten op een antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak C-437/12, en dat deze verlenging in zijn geheel moet worden toegerekend aan de bezwaarfase. Dit een en ander brengt mee dat de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de fase van bezwaar en beroep moet worden bepaald op € 2.000, welk bedrag in zijn geheel moet worden toegerekend aan de bezwaarfase.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a5295ae411b2e2447dcab549728d22ea401e2094cb97fe4c7d819b9b60eb0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a5295ae411b2e2447dcab549728d22ea401e2094cb97fe4c7d819b9b60eb0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 11553 tot 12751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a5295ae411b2e2447dcab549728d22ea401e2094cb97fe4c7d819b9b60eb0ea | shasum -a 256