Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:155.

Art. 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Aanstonds na een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak ingevolge art. 37 lid 5 Rv geschorst. Deze schorsing duurt voort totdat op het wrakingsverzoek is beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36d18aa77a88027e18dbf1ecf07d9635d2281d91676293258e288d899e5d26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36d18aa77a88027e18dbf1ecf07d9635d2281d91676293258e288d899e5d26, en de alinea staat in dat document op bytes 11230 tot 11651.