Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.3 Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:155.
Het voorgaande betekent echter niet dat het wrakingsverzoek van [verzoeker] niet afhankelijk kon worden gesteld van een afwijzende beslissing op zijn verwijzingsverzoek, ingeval dat wrakingsverzoek zelf op een andere grond berust dan op de inhoud van de nog te nemen beslissing op het verwijzingsverzoek. Dat geval doet zich hier voor. De stukken van het geding, waaronder [verzoeker] hiervoor in 2.2 geciteerde verzoek, laten immers geen andere conclusie toe dan dat [verzoeker] zowel zijn (primaire) verwijzingsverzoek als zijn (subsidiaire) wrakingsverzoek erop heeft gebaseerd dat de behandelende raadsheren van het hof naar zijn mening niet (meer) onpartijdig waren omdat zij al in eerdere procedures van hem over zijn zoon waren betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36d18aa77a88027e18dbf1ecf07d9635d2281d91676293258e288d899e5d26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36d18aa77a88027e18dbf1ecf07d9635d2281d91676293258e288d899e5d26, en de alinea staat in dat document op bytes 12311 tot 13070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd36d18aa77a88027e18dbf1ecf07d9635d2281d91676293258e288d899e5d26 | shasum -a 256