Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2020

Onder 2.4.1 Hoge Raad 16 oktober 2020

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1628.

Bij tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat de door [verweerster] gevorderde verklaring voor recht dat Wyeth onrechtmatig jegens [verweerster] en [C] heeft gehandeld, toewijsbaar is. Het hof heeft zijn oordeel over de vraag welke gevolgen dit moet hebben voor de vergoedingsplicht (art. 6:101 lid 1 BW), aangehouden. Bij eindarrest heeft het hof voor recht verklaard dat Wyeth onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerster] en [C] en uit dien hoofde jegens hen – als uitgangspunt – aansprakelijk is voor 30% van de door hen geleden schade en de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure. Voor zover in cassatie van belang heeft het hof daartoe als volgt overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3fd8b49558702e02df709cad62a2f64fb9ee0cf897660d958ad76181299649b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3fd8b49558702e02df709cad62a2f64fb9ee0cf897660d958ad76181299649b, en de alinea staat in dat document op bytes 10958 tot 11773.