Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2020

Onder 3.1.2 Hoge Raad 16 oktober 2020

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1628.

De rechter dient in de motivering van zijn oordeel over de vermindering van de vergoedingsplicht voldoende duidelijk tot uitdrukking te brengen dat hij de door art. 6:101 lid 1 BW voorgeschreven causaliteitsafweging heeft verricht, of, en zo ja in hoeverre, hij de in die bepaling bedoelde billijkheidscorrectie heeft toegepast, en in dat laatste verband op welke wijze hij de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en de overige omstandigheden van het geval in zijn oordeelsvorming heeft betrokken. Of de gegeven motivering voldoende inzichtelijk is, hangt mede af van hetgeen partijen in dit verband hebben aangevoerd. Verder geldt dat zowel de causaliteitsafweging als de eventuele toepassing van de billijkheidscorrectie is verweven met waarderingen van feitelijke aard en in belangrijke mate berust op intuïtieve inzichten, zodat aan de desbetreffende oordelen slechts beperkte motiveringseisen kunnen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3fd8b49558702e02df709cad62a2f64fb9ee0cf897660d958ad76181299649b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3fd8b49558702e02df709cad62a2f64fb9ee0cf897660d958ad76181299649b, en de alinea staat in dat document op bytes 22670 tot 23747.