Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2020

Onder 5.5.1 Hoge Raad 23 oktober 2020

Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1674.

Een niet-ingezeten fonds dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 28 Wet Vpb 1969 en het Besluit beleggingsinstellingen en dat instemt met het doen van de vervangende betaling, heeft recht op teruggaaf voor zover het bedrag aan belasting dat is ingehouden op de door hem ontvangen dividenden hoger is dan de vervangende betaling, berekend naar de maatstaven als hiervoor in 5.4.5 gegeven. Indien tussen het fonds en de inspecteur geschil bestaat over de hoogte van de vervangende betaling, is het aan de belastingrechter over dit geschilpunt te beslissen, als onderdeel van zijn oordeel over de teruggaafbeschikking die is gegeven op de voet van artikel 10 Wet DB 1965. Op het fonds rust de last de feiten aannemelijk te maken die bepalend zijn voor het aldus te berekenen bedrag aan teruggaaf van belasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36, en de alinea staat in dat document op bytes 54097 tot 54921.